De regering wil de inkomstenbelasting verlagen van 25% naar 10% op alle nieuwe en bestaande huurovereenkomsten, op voorwaarde dat de huurprijzen gematigd zijn, d.w.z. tot €2.300. En nu is verduidelijkt dat de maatregel kan worden toegepast ongeacht de looptijd van deze contracten, dus ook voor kortlopende contracten.

Dit is een van de maatregelen in het belastingpakket van de regering dat vorige week werd gepresenteerd en nog de goedkeuring van het parlement nodig heeft om in werking te treden. Het ministerie van Infrastructuur en Huisvesting heeft nu verduidelijkt dat deze verlaging van de inkomstenbelasting naar 10% op inkomsten uit onroerend goed geldt voor huurovereenkomsten met een minimale looptijd van een jaar, zoals bepaald in het Burgerlijk Wetboek, schrijft Jornal de Negócios.

Kortlopende huurovereenkomsten vallen hier ook onder, zoals "contracten voor niet-permanente huisvesting of voor speciale tijdelijke doeleinden, namelijk om beroepsredenen, voor onderwijs en opleiding of om toeristische redenen", aldus dezelfde krant. Dit omvat gevallen van studenten en leraren die worden overgeplaatst, of mensen die tijdelijk een huis huren om gezondheidsredenen, naast andere redenen die in het contract moeten worden vermeld. Eens per jaar kunnen eigenaars een contract afsluiten voor speciale tijdelijke doeleinden om toeristische redenen.

De nieuwe vereenvoudigde regeling voor betaalbare huisvesting (RSAA) - waarbij de huur 20% onder de marktwaarde moet liggen en verhuurders zijn vrijgesteld van inkomstenbelasting - staat ook tijdelijke woningen toe voor speciale tijdelijke doeleinden, op voorwaarde dat de huurder zijn fiscale woonplaats heeft in een andere gemeente dan de gehuurde woning en dat het contract een minimale looptijd van drie maanden heeft (verlengbaar als het tijdelijke doel blijft bestaan). In andere gevallen moeten huurcontracten voor permanente huisvesting zijn en een minimale duur van drie jaar hebben.