"De belastingheffing op buitengewone winsten valt onder de bevoegdheid van de lidstaten, en zij kunnen handelen op basis van nationale wetgeving. Uiteraard moeten deze maatregelen in overeenstemming zijn met het Europees recht", aldus een officiële bron van de Europese Commissie vandaag in een schriftelijk antwoord aan persbureau Lusa.

Dezelfde bron herinnerde eraan dat „de lidstaten nu een beroep kunnen doen op hun nationale fiscale bevoegdheden om in te spelen op kwesties in verband met sociale rechtvaardigheid en, indien zij dat wensen, maatregelen kunnen nemen zoals de belastingheffing op buitengewone winsten“, zoals de instelling in een mededeling van afgelopen april heeft vermeld.

„De Commissie zal de beslissingen van de lidstaten respecteren en bijstand verlenen en goede praktijken delen met betrekking tot nationale maatregelen, en tevens de impact daarvan op de interne markt beoordelen”, aldus de woordvoerster.

Nieuw verzoek van lidstaten

Het standpunt van Brussel volgt op een nieuw verzoek van Portugal en vijf andere landen – Oostenrijk, Duitsland, Italië, Polen en Spanje – aan de EU om werk te maken van een gemeenschappelijk mechanisme voor de belastingheffing op de buitengewone winsten van oliemaatschappijen.

In een brief aan het Ierse voorzitterschap van de Raad dit semester, waartoe het persbureau Lusa toegang had, stellen de zes ministers van Financiën dat het noodzakelijk is om „de kwestie van de hoge energieprijzen aan te pakken door middel van een discussie over een EU-breed kader voor de belastingheffing op buitengewone winsten, rekening houdend met de lessen die in 2022 zijn geleerd en, ditmaal met een meer specifieke analyse van de manier waarop winsten die multinationale oliemaatschappijen in het buitenland behalen, op een gerichtere manier kunnen worden meegenomen“.

In de brief stellen de ministers – waaronder de Portugese voorzitter, Joaquim Miranda Sarmento – dat het conflict in het Midden-Oosten de energieprijzen onder druk blijft zetten en waarschuwen zij dat de gevolgen verder kunnen reiken dan alleen brandstof, waardoor de prijzen van andere goederen en diensten worden beïnvloed en de kosten van levensonderhoud stijgen.

Zij willen daarom „een gemeenschappelijk Europees mechanisme dat de interne markt kan beschermen, waarbij tegelijkertijd rekening wordt gehouden met de diversiteit van de nationale situaties en de respectieve belanghebbenden, evenals met de naleving van het subsidiariteitsbeginsel“, aldus de brief waartoe Lusa toegang had.

Volgende bijeenkomst

Portugal en andere landen vragen om dit onderwerp op de agenda te zetten van een toekomstige bijeenkomst van de EU-ministers van Financiën, zoals de informele bijeenkomst die op 18 en 19 september in Dublin is gepland, in het kader van het Ierse voorzitterschap van de Raad.

In de brief werd een vraag aan de orde gesteld die Portugal, samen met andere landen, in het voorjaar van dit jaar al aan de Europese Commissie had gesteld: een gemeenschappelijke aanpak voor het belasten van buitengewone winsten in de energiesector, vergelijkbaar met de solidariteitsbijdrage die in 2022 werd ingevoerd.

Brussel was destijds echter van mening dat het invoeren van een belasting op deze winsten een beslissing was die aan elke lidstaat zelf was, gezien de moeilijkheid om deze maatregel op Europees niveau goed te keuren, aangezien daarvoor unanimiteit vereist is.

Aangezien de voorwaarden ontbraken om op EU-niveau tot een geharmoniseerde oplossing te komen, heeft de Portugese regering een nationale maatregel genomen, maar blijft zij pleiten voor een Europese aanpak.

Het initiatief komt op een moment dat de druk toeneemt, als gevolg van de impact van stijgende energiekosten op de koopkracht van gezinnen en de kosten voor bedrijven.