Volgens het besluit dat vandaag in het Staatsblad is gepubliceerd, wordt de waarde van de gezinsbijslagen verhoogd met 2,2 procent, gelijk aan "de gemiddelde variatie van de consumentenprijsindex (CPI), exclusief huisvesting, over de laatste 12 maanden met betrekking tot de maand december 2025".

De actualisering heeft niet alleen betrekking op de kinder- en jongerentoeslag, maar ook op de prenatale kinderbijslag en de begrafenisuitkering, en actualiseert de waarden van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, de toeslag voor hulp van een derde persoon en de verhogingen op basis van eenoudergezinnen en de waarden voor grotere gezinnen.

Wat de kinderbijslag betreft, stijgt het bedrag voor gezinnen in de laagste inkomensklasse met 4,11 euro, van 186,87 euro naar 190,98 euro per maand voor kinderen van drie jaar of jonger.

Voor kinderen ouder dan drie jaar stijgt het bedrag dat wordt betaald aan gezinnen in de laagste inkomensklasse met 1,62 euro, van 73,51 euro per maand naar 75,13 euro.

De prenatale gezinstoelage voor de laagste inkomens stijgt met €4,11, van €186,87 naar €190,98 per maand.

"Het bedrag van de begrafenisuitkering (...) is €268,57 en komt overeen met 50% van de index voor sociale steun (IAS)," luidt het decreet.

Wat invaliditeits- en afhankelijkheidsuitkeringen betreft, stijgt het bedrag van de invaliditeitstoeslag tot €74,19 voor kinderen en jongeren tot 14 jaar, tot €108,06 voor jongeren ouder dan 14 jaar en tot €144,63 voor jongeren tussen 18 en 24 jaar.

De toelage voor hulp van een derde persoon stijgt met €2,78 naar €128,24 per maand.

Deze aanpassingen gaan in op 6 januari, maar hebben terugwerkende kracht tot januari 2026.