Als marktwaarnemer lijkt het mij steeds duidelijker dat we een fase ingaan waarin een goede locatie op zich niet langer het succes van een vastgoedobject garandeert. De locatie blijft natuurlijk van cruciaal belang, maar de volgende vastgoedcyclus zal veel selectiever zijn.

Kunstmatige intelligentie zal het mogelijk maken om bepaalde administratieve taken te automatiseren, de productiviteit van andere taken te verhogen en beroepen te creëren die vandaag de dag praktisch nog niet bestaan. Dit betekent dat sommige bedrijven wellicht met andere teams zullen werken, maar ook dat sectoren die verband houden met technologie, engineering, onderzoek, creativiteit of productontwikkeling kunnen groeien. De vraag is daarom niet simpelweg of we minder kantoren nodig zullen hebben. Het gaat erom te begrijpen wat voor soort kantoren we nodig zullen hebben.

Bedrijven zijn steeds vaker op zoek naar efficiënte, technologisch geavanceerde, flexibele en goed bereikbare gebouwen. Ze zoeken ook naar ruimtes die kunnen helpen bij het aantrekken en behouden van talent. Als we willen dat gekwalificeerde professionals naar kantoor komen om samen te werken, te creëren en in teams te werken, zal het gebouw zelf deze reis moeten rechtvaardigen.

Deze verandering zal duidelijke gevolgen hebben voor de waardering van vastgoed. Een modern, energiezuinig kantoor in een gebied waar mensen graag willen werken, zal wellicht blijven profiteren van een sterke vraag. Een verouderd pand, met hoge energiekosten, weinig flexibiliteit en dat niet kan voldoen aan de nieuwe eisen, kan zijn concurrentiekracht verliezen, zelfs als het zich op een locatie bevindt die traditioneel als goed wordt beschouwd.

Dit verschil tussen kwaliteitsvastgoed en secundair vastgoed zou wel eens een van de belangrijkste trends van de komende jaren kunnen zijn.

Portugal heeft hier een kans. Lissabon en Porto zijn erin geslaagd technologiebedrijven, servicecentra, start-ups en internationale vestigingen aan te trekken. Tegelijkertijd zien we aanzienlijke investeringen in datacentra, kunstmatige intelligentie, energie en digitale connectiviteit. Deze nieuwe economie kan niet alleen vraag genereren naar kantoren, maar ook naar woningen, logistiek, handel, diensten en nieuwe knooppunten.

Sines is misschien wel het meest voor de hand liggende voorbeeld. De technologische investeringen die voor de regio zijn gepland, kunnen het gebied ingrijpend veranderen. Maar bedrijven en datacentra staan niet los van steden. Ze hebben werknemers nodig, en ze hebben woningen, vervoer, scholen, restaurants, winkels en diensten nodig.

Juist op dit punt zal de vastgoedsector moeten leren te anticiperen in plaats van alleen maar te reageren.

Te lang hebben we pas gebouwd nadat de vraag er was en infrastructuur gepland toen de problemen al bestonden. Het tempo van de nieuwe economie zal niet verenigbaar zijn met deze manier van handelen.

Kunstmatige intelligentie zal niet alleen bepalen welke beroepen een toekomst hebben. Ze zal ook beïnvloeden waar de meest gekwalificeerde banen zullen zijn, waar bedrijven zullen besluiten te investeren en waar mensen zullen willen wonen.

In de vastgoedsector is dit misschien wel de grootste transformatie: de toekomstige waarde van een pand zal in toenemende mate afhangen van het vermogen om relevant te blijven in een wereld die razendsnel verandert.